Begraafplaatsen in Wilrijk

In principe is de oudste bekende begraafplaats van Wilrijk een urnenveld gedateerd tussen 700 voor 450 v.C., dus uit de (Keltische) ijzertijd. Crematieresten werden in 1973 gevonden ter hoogte van de Pater De Dekenstraat. Met de opkomst van het katholicisme werd steeds meer voorkeur gegeven aan begraven in plaats van lijkverbranding. Die begravingen gebeurden meestal in de dorpskern, gewoonlijk dus in de omgeving van de kerk. Toch kreeg niet iedereen een kerkelijke begrafenis, zoals ongedoopten, zelfmoordenaars, ketters, enz... die werden begraven op ongewijde grond, ook wel "duivelshoek" genoemd.

De oorspronkelijke begraafplaats van Wilrijk was dan ook rond de Sint-Bavokerk, met niet ver daar vandaan een wijk genaamd "Duivelshoek". Eind 19de eeuw werd die echter te klein, waardoor er moest worden gezocht naar een nieuwe locatie. Die vonden ze op het Molenveld, meer bepaald op het grondgebied van de adellijke familie della Faille, gelegen aan de Jules Moretuslei en de Kerkhofstraat. De nieuwe begraafplaats werd geopend op 1 januari 1890, met de naam "het Nieuwe Kerkhof". Het oorspronkelijke kerkhof aan de Sint-Bavokerk is inmiddels verdwenen, met uitzondering van de grafstenen bevestigd aan de buitenmuren van de kerk zelf, die nog steeds aan beide kanten van de kerk te bezichtigen zijn.

Zestig jaar na de opening van de begraafplaats aan de Jules Moretuslei bleek deze al te klein te zijn. Bijgevolg ging de gemeente Wilrijk wederom op zoek naar nieuwe ruimte voor een begraafplaats, die ze in 1951 vonden naast het huidige Steytelinckpark. Deze nieuwe begraafplaats kreeg al snel de naam "Nieuw Kerkhof", terwijl de begraafplaats aan de Jules Moretuslei voortaan gekend stond als het "Oud Kerkhof". Op het "Oud Kerkhof" vond in 1967 de laatste begraving plaats. Nadien werden een aantal grafzerken tevens verhuisd van het oude naar het nieuwe kerkhof. Helaas werden verschillende grafzerken, waaronder ook een indrukwekkende grafkapel, in recordtempo gesloopt. Inmiddels kreeg deze begraafplaats de naam (en het statuut) van "Begraafpark Moretus", waarbij de resterende grafzerken behouden blijven als decoratie in het concept van een park, waarbij een aantal voorname zerken bovendien werden gerestaureerd. 

Inmiddels kende de stad Antwerpen sinds de tweede helft van de 19de eeuw een exponentiële groei, waardoor ook hiervoor een nieuwe, ruime begraafplaats nodig was. Die vonden ze op het domein van Schoonselhof, na het overlijden van diens laatste kasteelheer en oud-burgemeester van Wilrijk, Jules Moretus. Zodoende ontstond de grote begraafplaats Schoonselhof, dat dus in principe geen Wilrijkse maar Antwerpse begraafplaats is. In 1983 werd er tevens het crematorium gebouwd op het Wilrijks gedeelte van de begraafplaats Schoonselhof, dat het derde crematorium van België werd na Ukkel en Luik, en uitgroeide tot het grootste crematorium van het land. 

Lees meer hierover in de funeraire wandelgids van Wilrijk door Jef De Mey. Deze brochure is verkrijgbaar via het districtshuis van Wilrijk.

Voor meer info over de individuele Wilrijkse begraafplaatsen, kijk bij Begraafplaats Wilrijk Moretus en Begraafplaats Wilrijk Steytelinck, alsook bij de Gedenkstenen Sint-Bavokerk.